Modehuis Paping 100 jaar

DELFZIJL

Modehuis Paping in Delfzijl en Uithuizen bestaat deze maand 100 jaar. Deze bijzondere gebeurtenis wordt onder andere gevierd met leuke extra’s.

„We hebben deze maand echt iets te vieren,” vertelt eigenaar Mathieu Paping. „Het honderdjarig bestaan van onze zaak is niet niks. Het is een hele geschiedenis die eraan vooraf ging. Eengeschiedenis waar ik 25 jaar deel van uitmaak en mijn vader 67 jaar. Mijn vader Bernard is nu 82 jaar en is nog altijd erg betrokken bij de zaak. Hij verzet dagelijks nog heel veel werk in het magazijn en heeft altijd een luisterend oor om even te klankborden. Ik nam van hem de zaak als 25-jarige over.”

„Vanaf dag 1 zei hij dat het mijn zaak was. Vertegenwoordigers werden naar mij doorgestuurd. Het is knap dat hij dat kon. In mijn geval is dat ook het mooie van een familiezaak. Ik stapte er jong in en ontlaste daarmee mijn ouders maar kon nog steeds op hun terugvallen. We weten niet of onze dochters de zaak willen overnemen. Dat is aan hen. Zij moeten hun hart volgen en doen waar ze gelukkig van worden.”

De familie Paping komt oorspronkelijk uit de stad Groningen. Theodorus Paping verhuisde naar Uithuizen om een eierhandel te beginnen. Hij was bakker, maar kon dit vanwege zijn astma niet meer volhouden. De zonen Johan en Rieks begonnen in 1918 na de Eerste Wereldoorlog aan de Brouwerijstraat 43 in Uithuizen een textielwinkeltje. Hun moeder Maria steunde hen daarin. Zij had de wijze woorden: ‘Brood hebben de mensen altijd nodig, maar kleding ook.’

„In 1922 kwam mijn opa Matheus samen met zijn 2 broers in de zaak. Mijn opa kocht in 1935 een pand aan de Hoofdstraat West 31. Het pand werd gesloopt in 1939 en opnieuw opgebouwd. Op 10 mei 1940 zou de feestelijke opening plaatsvinden, maar dat liep even anders. De Tweede Wereldoorlog brak uit. Ieder van de broers had een eigen rayon en zo werd de zaak uitgebouwd. Elf jaar later kwam mijn vader Bernard als vijftienjarige jongen in de zaak meehelpen en in 1963 nam hij samen met zijn vader, oom en broer Herman het bedrijf over. In 1971 namen de jonge broers het bedrijf volledig over en specialiseerden zich op confectiegebied. Er kwamen vestigingen in Delfzijl en Appingedam bij. In 1979 gingen de broers zakelijk uit elkaar, mijn vader hield de vestiging in Uithuizen en mijn oom die in Delfzijl en Appingedam. In 1993 was het mijn beurt om de scepter over te nemen. In 1994 nam ik de zaak in Appingedam van mijn oom over en in 1998 startten we ook een filiaal in Delfzijl. Daar had inmiddels mijn oom de zaak gesloten. In 2003 stopten we met de zaak in Appingedam.”

„Aan het verzorgingsgebied is weinig veranderd. Onze klanten komen uit bijna de hele provincie. Vanuit Haren, het Hoogeland, Appingedam, Delfzijl en de Woldstreek. De kracht van onze winkel is dat we kwaliteit tegen een betaalbare prijs bieden en we bieden heel veel service. We zijn een relatief kleine speler, maar dat is geen nadeel. Het voordeel is dat we snel kunnen schakelen en kort op de markt zitten. We spelen snel in op de vraag. We hebben altijd weer verrassende artikelen. Dat moet ook. Je wilt je klanten wat kunnen bieden en de concurrente is groot. Dat maakt het werk leuk en dynamisch. Dat doe ik niet alleen. Samen met mijn vrouw Lieneke doe ik grotendeels de inkoop. Verder worden we geholpen door een enthousiast en deskundige verkoopteam. Zonder hen is het niet te doen. Zij zorgen er altijd weer voor dat de winkel er aantrekkelijk en verzorgd uitziet en ze ontvangen de klanten gastvrij.

“Een 100”-jarig jubileum kan natuurlij niet zonder leuke acties. Om te beginnen krijgt elke klant bij een aankoop een doosje Merci gratis. Verder hebben we een kassabonnenactie. We geven namelijk 100 modecheques van €100 weg. Dat doen we vijf weken lang. Elke week worden er 20 cheques verloot. Dat doen we door kassabonnen te trekken waar de namen van onze klanten op staan. Voor dat geldbedrag kunnen de winnaars mooie artikelen in onze winkels in Delfzijl en Uithuizen uitzoeken. Als 100-jarige mogen we het predikaat koninklijk aanvragen. Maar dat doe ik niet. Ik vind het niet nodig. We moeten gewoon blijven doen wat we altijd doen en daar hoeven we het predikaat koninklijk niet voor te hebben.”


Auteur

Mark Giesolf