Concert Ynze Dam en Hans Fidom in kerk Zuurdijk

Zuurdijk - Een bijzonder programma in het kerkje van Zuurdijk, waar de geschiedenis te lezen is. Ynze Dam (altviool) speelt solowerken van Daan Manneke, Benjamin Britten, Igor Strawinsky en Paul Hindemith.

Als slotakkoord bespeelt Hans Fidom het orgel, met Preludium en Fuga in d kleine terts, BWV 539. Een nieuwe toevoeging aan de serie ‘te grote muziek op te kleine orgels’. Toegang is 10 euro inclusief koffie/thee en Zuurdiekster koek. De toegang voor kinderen is gratis.

Ynze Dam, geboren (1952) in Buitenpost, studeerde aan het Gronings Conservatorium bij Dick Blom en Ton Koopman (barokinterpretatie) en vervolgde zijn studie aan het Brabants Conservatorium bij Erwin Schiffer. Na het eindexamen/diensttijd, als altist verbonden aan het Radio Filharmonisch Orkest (1978-1980). Studie gevolgd bij Hans Neuburger (solo altist aldaar en altist van het Gaudeamus Kwartet). Vanaf 1980 tot 2013 werkzaam bij het Limburgs Symfonie Orkest en na de fusie met het Brabants Orkest verbonden aan de “Philharmonie Zuid-Nederland” tot 2018 (pensionering).

Daan Manneke en Ton de Leeuw (1926-1996) hadden een hechte vriendschap, de oudere Ton de Leeuw introduceerde Manneke bij de componist Olivier Messiaen. “Tombeau pour Ton de Leeuw” is geschreven naar aanleiding van diens overlijden (Ton de Leeuw) in 1996. Het stuk is gecomponeerd voor diverse solo instrumenten o.a. cello en altviool.

Benjamin Britten componeerde als 17 jarige de Elegy voor altviool-solo (1930) in een voor die tijd moderne doch zeer eigen stijl…misschien als componeer-proeve voor zijn leraar Frank Bridge?? Het werk was lange tijd onbekend, later teruggevonden en in 1984 was de eerste uitvoering van de Elegy, gespeeld door de Japanse altiste, Nabuko Imai.

Igor Stravinsky, Rus van geboorte, in Frankrijk gewoond en gewerkt, maar vanwege de dreiging van het naziregime vertrokken naar de V.S. eind jaren ’30. In tegenstelling tot zijn bekende balletten/orkestwerken is deze Elegy zeer introverte muziek, een polyfoon stuk, oorspronkelijk bedoeld voor 2 instrumenten, maar uiteindelijk geschreven voor altviool solo. Gecomponeerd in 1944 ter nagedachtenis van de 1940 overleden oprichter van het Pro-Arte Kwartet: Alphonse Onnou, maar ontegenzeggelijk ook voor de slachtoffers van W.O. II. Het werk is opgedragen aan de altist van het Pro-arte Kwartet: Germain Prevost.

Paul Hindemith, behalve componist ook violist, altist en organist en belangrijk vertegenwoordiger van het Duits Expressionisme, de jaren ’20 waren een bloeitijd voor moderne kunst in Duitsland met name in Berlijn, in deze tijd (1922) componeerde Hindemith zijn sonate voor altviool solo: Opus 25 nr. 1, een compositie uit de zgn. wilde jaren van Hindemith met name deel 4: Rasendes Zeitmass, wild, Tonschönheit ist Nebensache. Hindemith’s muziek werd door de Nazi’s bestempeld als “Entartet”, en derhalve zag hij zich genoodzaakt te vluchten naar Zwitserland en daarna naar de V.S.

Hans Fidom was de motor achter de restauratie van het Rohlfingorgel van Zuurdijk. Hij speelt regelmatig werken in de serie ‘te grote muziek op te kleine orgels’ op verschillende kleinere orgels in de omgeving.