‘In al mijn werk zit een verhaal’

ZUURDIJK - Met simpele middelen een complete wereld tevoorschijn toveren, daarin zit voor poppenspeler en kunstenaar Arthur Kruisinga een groot deel van de magie van poppentheater. Hetzelfde geldt voor zijn kijkdozen en andere beeldende kunst.

Wie binnenstapt in het afgelegen huis van Arthur Kruisinga (69) kan zich voor een moment in grootmoederstijd wanen. In de oude woonkeuken oogt de bakelieten draaischijftelefoon – tegenover de bedstee – als nieuwerwets. Maar wie iets beter kijkt ziet ook dubbelglas en de elektra blijkt afkomstig van een moderne, kleine windmolen in de tuin. “Er kwam hier eens een monteur op bezoek die dacht dat het huis bij het openluchtmuseum in Warffum hoorde, want alles is nog redelijk origineel.”

Sinds Kruisinga hier 28 jaar geleden neerstreek heeft hij het stulpje stap voor stap wat meer comfort gegeven. “Er zat toen zelfs geen wc in en er was geen stromend water. Om de een of andere reden was er wel een aardgasaansluiting. Een van de eerste dingen die ik heb gedaan was een oude grondwaterput herstellen. Ook vang ik regenwater op. Maar drinkwater koop ik in de winkel. Negentien jaar geleden ben ik in India geweest en heb daar een maagzweer opgelopen. Sindsdien ben ik op dat vlak heel voorzichtig geworden.”

Maar het heeft Kruisinga in elk geval niet ontmoedigd daarna weer regelmatig op reis te gaan. “Ik kom net terug uit het Himalayagebied. Daar heb ik een paar weken op een schooltje gewerkt. Ik heb een klein beetje lesgegeven en allerlei dingen gemaakt van hout: tafels, boekenkasten en een bed.”

Oerkracht

“Dus dat soort dingen doe ik ook. Ik hou van mensen en zoek mensen op. Maar ik ben hier natuurlijk wel veel alleen en dat heb ik ook nodig om mijn werk te maken. Daarvoor moet ik in een eigen wereld leven en daar kan ik geen afleiding bij gebruiken.”

Het meeste werk komt tot stand in zijn werkplaats, die hij in de tuin bouwde. Door het vele glas is het een licht gebouw. “Ik heb het zo gemaakt dat als je vanuit het huis kijkt je er doorheen kan kijken. Daardoor blijf je ruimte houden. Het is eigenlijk een grote kijkdoos. Af en toe geef ik daar ook voorstellingen met poppen.”

Kruisinga begon het poppenspel serieus op te pakken vanaf begin jaren zeventig. “In die tijd was het erg in de mode. Poppenspel werd toen veel beoefend en veel bezocht, dus er waren veel poppenspelers in Nederland. Toen ik zelf uiteindelijk begon met optreden was dat met Jan Klaasen en Katrijn. Ik denk dat toen ik als kind een tijdje in Engeland woonde ik Punch en Judy, zoals ze daar heten, voor het eerst heb gezien. Er zit een soort oerkracht in dat eeuwenoude poppenspel, waarvan de oorsprong in Italië ligt. Dat heb ik 15 jaar gedaan met twee vrienden en een muzikant erbij. We zijn door heel Nederland gereisd. Maar uiteindelijk wilde ik wat anders.”

Intensiteit

“Toen ben ik met marionetten begonnen, wat echt een vak apart is. Een vriend van mij die gitaar speelt is er muziek bij gaan maken. Dat waren eigen gemaakte verhalen – zoals Koning Adrianus is de baas – met zowel marionetten als handpoppen. Dat hebben we ook 15 jaar gedaan.”

Alles voor deze voorstellingen – de decors, kasten en poppen – maakt Kruisinga tot op de dag van vandaag zelf. “Ik doe er altijd heel lang over om poppen te maken. Ik probeer een bepaalde intensiteit in de pop te krijgen. Dat is lastig te definiëren, maar er moet iets vanuit gaan. En net als bij decorstukken zoek ik een bepaalde eenvoud, het liefst met zo weinig mogelijk middelen. Het gaat om een zekere suggestie waarbij je als toeschouwer de rest zelf invult.”

De Kleine Prins

Soms gaat deze uitnodiging om het zelf in te vullen behoorlijk ver, zoals bij een voorstelling zonder woorden. “Toch kan je mensen daarmee boeien en zelfs laten lachen. Alleen deze theatervorm werkt niet als je een heel specifiek verhaal wilt vertellen. Zoals bijvoorbeeld bij De Kleine Prins, een voorstelling van mij gebaseerd op het bekende boek van Antoine de Saint Exupery. Dat noem ik dan ook een vertelling met poppen. Zondagmiddag 17 februari speel ik dat in het kerkje van Klein Wetsinge, vlakbij Sauwerd.”

“Zelf speel ik de piloot. En die komt de Kleine Prins– wat een pop is – tegen nadat hij een noodlanding in de woestijn heeft gemaakt. En dan heb je de planeten met hun specifieke bewoners waar de Kleine Prins langs reist. Ik heb een vorm gevonden om ook dat uit te beelden. Het begint om 15.00 uur, duurt ongeveer anderhalf uur en is geschikt voor alle leeftijden.”

Een andere manier waarop Kruisinga in zekere zin theater maakt is via zijn kijkdozen. “Met hele eenvoudige materialen kan je in een kistje, of zelfs een lucifersdoosje, een tafereel neerzetten. Ik noem het gestold miniatuur-theater. Want het staat stil maar is toch een heel klein theatertje. Het is een verhaal in één beeld.”

Bezieling

Reflecterend op Kruisinga’s zeer diverse beeldende werk – waaronder figuratieve en abstracte schilderijen, collages, maar bijvoorbeeld ook objecten waar de pompnageltang aan te pas is gekomen – ligt het voor de hand een sterk onderscheid te maken tussen het meer theatrale werk, waar de kijkdozen ook bij horen, en de rest. Maar het is de vraag of dat terecht is. “Zelfs in het hele abstracte werk zit een verhaal, zoals dat van ritme, van vorm, van structuur. In al mijn werk zit een verhaal.”

“Maar wat precies de dieperliggende rode draad is in wat ik doe, vind ik moeilijk te zeggen. Ik probeer in elk geval de bezieling die in de wereld aanwezig is naar voren te halen. Zelfs als ik in mijn eentje aan het schilderen ben doe ik dat. Maar het mooiste is om die bezieling naar voren te halen met publiek. Mijn voorstellingen worden altijd zowel gemaakt door mij als brenger als door de mensen die het ontvangen. Natuurlijk zijn er ook voorstellingen die stroef verlopen, maar als het publiek het oppikt, wordt er een dimensie aan toegevoegd. Dan ga ik ook beter spelen en meer improviseren. Dan til je elkaar op.”

Website: www.kruisingapoppenspel.nl