272 levensjaren onder één dak

WINSUM - Het fenomeen bejaardentehuis wordt in Nederland steeds meer een bijzonderheid. En bejaardentehuis Winkheem in Winsum is extra bijzonder omdat er drie zussen wonen. “We worden nooit flauw van elkaar.”

Dus toen vorige week mevrouw Atje Niezemuller – Van Zwol haar 91e verjaardag vierde, hoefden haar twee zusters geen grote reis te maken om bij haar op visite te komen. Niezemuller woonde al twee jaren naar volle tevredenheid in Winkheem toen in 2015 haar zussen mevrouw Josie Klunder − Van Zwol (89) en mevrouw Martje Doornbos – Van Zwol (92) ook een kamer betrokken. De vierde zus, mevrouw Bertha Klunder −Van Zwol, woont nog zelfstandig in Ulrum. Maar zij is dan ook de jongste met haar 80 jaren. In een zaaltje in Winkheem waar de verjaardagstaart aangesneden wordt, groeit de gezellige sfeer naarmate er meer kinderen en kleinkinderen binnendruppelen. Doornbos heeft twee kinderen, Klunder drie en de jarige Niezemuller zes. Over het antwoord op de vraag hoeveel kleinkinderen ze heeft, moet ze even diep nadenken: “negen, tien… elf kleinkinderen. En hoeveel achterkleinkinderen? Misschien wel veertien.” Een getal dat later bevestigd wordt door een familielid die het op zijn vingers heeft nageteld. Chicago De wortels van de zusters liggen in het dorpje Kruisweg nabij Kloosterburen. Toch staat in het paspoort van Klunder de miljoenenstad Chicago als geboorteplaats. De familie Van Zwol heeft daar tussen 1929 en 1935 namelijk gewoond en Klunder werd er in 1930 geboren. Niezemuller: “Onze vader werkte hier als landarbeider en dacht dat hij het in Amerika veel beter zou krijgen. Heel veel mensen emigreerden in die tijd naar Amerika.” Maar de American Dream kwam niet uit. Doornbos: “Het langst dat hij ergens werk had, was een jaar in een fabriek. Dat had ook te maken met de grote crisis van 1929. En mijn moeder had enorme heimwee, dus na 6,5 jaar zijn we weer teruggegaan naar Kruisweg.” Stil holden Klunder: “Toen ik terugkwam, konden mensen me niet verstaan. Ik weet niet meer precies hoe dat zat. Het was een beetje dubbel: ik sprak niet goed Engels, onder andere omdat mijn moeder dat zelf ook niet wilde leren. Maar blijkbaar was mijn Nederlands ook niet goed genoeg want in het begin verstond niemand mij.” Doornbos en Niezemuller hebben er ook nog op school gezeten. “Maar we spreken nu geen woord Engels meer hoor”, zegt Niezemuller. “Alleen nog pineapple”, vult haar zoon Theo aan. “En: keep still”, zegt Doornbos. “Ja we moesten ons stil holden”, beaamt Niezemuller lachend. Op 14-jarige leeftijd gingen de zusters al aan het werk bij de boer. Doorleren na de basisschool was niet een mogelijkheid. Er werd altijd hard gewerkt. “Ook thuis waren we altijd iets aan het doen”, zegt Niezemuller. “Als we een boek lazen zei moeder: ‘Hest niks te doan? Ga maar even breien of zo…’” Sterk Alleen op zaterdagavond werd het, in die tijd zonder televisie, getolereerd als vorm van ontspanning. Doornbos vertelt met een glimlach: “Dan zei moe tegen mij: ‘Doe kest wel dominee worden’. Maar vader hield ook van lezen, dat had ik met hem gemeen.” De drie zusters trouwden en kwamen natuurlijkerwijs in de rol van huisvrouw terecht. Inmiddels hebben al hun kinderen Abraham of Sara ruimschoots gezien en zijn hun echtgenoten overleden. Ze genieten nu nog van de kleine dingen en hebben het prima naar hun zin in Winkheem. En hoe is het om als zusters zo dicht bijeen te wonen? “We worden nooit flauw van elkaar. We kunnen heel goed met elkaar opschieten.” Hebben ze na zoveel levensjaren misschien ook een levensles? Niezemuller: “Ik heb het niet altijd makkelijk gehad. Maar als het altijd voor de wind gaat, word je ook niet sterk. Van tegenwind word je sterk.”   Auteur: Arjen J. Zijlstra