‘Je moet je blijven ontwikkelen’

BEDUM - Mark van der Made vertrekt na acht jaar als directeur van de Togtemaarschool in Bedum. Het is een van de 21 basisscholen binnen Stichting Openbaar Onderwijs Marenland. De organisatie waarin hij straks het Kwaliteitsbureau gaat versterken en aansturen “Ik wil leraren in hun kracht zetten.”

“Hij denkt weer in kansen hoor ”, zegt Mark van der Made lachend. “Dat zegt het team tijdens vergaderingen regelmatig tegen mij als ik weer eens een probleem positief probeer te benaderen. Er komt heel veel af op leraren en er moet beslist veel meer geld bij om hen daarin te ondersteunen. Ik sta dan ook vierkant achter de lerarenstakingen. Maar we kunnen ook niet meer terug naar zoals het vroeger was. Dat zou ik ook niet willen. Want stilstand is achteruitgang. Je moet je altijd blijven ontwikkelen, zodat het kind het beste onderwijs krijgt.” Dat stilstand achteruitgang is, was iets wat Van der Made jaren geleden al heel direct had ervaren bij een schoolbestuur waar hij in 2002 directeur werd. “Dat was in de Friese gemeente Opsterland. In de jaren zeventig hadden ze een voorbeeldfunctie op het gebied van Remedial Teaching. Uit het hele land kwamen mensen ernaartoe om ervan te leren. Maar ze waren daarin blijven hangen. Dus toen ik daar kwam was het onderwijs daar juist achterhaald. Er moest van alles op de rails gezet worden om het up-to-date te maken.” Gitaar Van der Made begon zijn onderwijsloopbaan in de jaren tachtig als invaldocent op verschillende scholen in de gemeente Noordenveld. In die tijd combineerde hij zijn werk in het onderwijs met het maken van muziek. “Ik speel onder ander gitaar en piano. In die tijd schreef ik liedjes en heb zelfs nog een cd opgenomen.” Maar nadat hij een vaste aanstelling kreeg op een school in Roden kwam de focus nog meer op het onderwijs te liggen. “Laatst kwam ik een oud-leerling tegen die nu dertig is. Die zei dat hij mij zich herinnerde als meester Mark met de gitaar. Hij vond het heel inspirerend. Ik geloof ook echt dat als je als leraar ergens passie voor voelt, je dat onderwerp veel beter kunt overbrengen. Daarom vind ik het ook zo fijn dat bij de Togtemaarschool de kinderen iedere week muziekles krijgen van een echte vakdocent. Ook voor sport hebben we een vakdocent.” De rol als meester Mark beviel Van der Made uitstekend. Maar hij begon tevens interesse te ontwikkelen voor de bestuurlijke kant van het basisonderwijs. “Ik merkte ook dat een bepaalde aansturing van een directrice me niet beviel. Ik dacht bij sommige dingen: dat zou ik anders doen. Toen ben ik de schoolleidersopleiding gaan doen. Met het idee dat ik op termijn mijn eigen school zou willen hebben.” Robben “In 2001 rondde ik die opleiding af en kreeg ik die baan in Friesland. Dat was in eerste instantie als directeur van één school. Maar al heel snel werd de structuur omgegooid en werd ik de regiodirecteur van vijf scholen. Ik heb me daarnaast ook verder ontwikkeld en jaren later Begeleidingskunde gestudeerd. Toen ik in Opsterland klaar was, dacht ik: nou wil ik eindelijk één grote school hebben voor mezelf. Daarom solliciteerde ik op de vacature van de Togtemaarschool.” Op deze school van oud-leerling Arjen Robben moest er acht jaar geleden ook het een en ander veranderen om het niveau hoog te houden. Iets waar Van der Made met het team in slaagde. “We zijn nu veel meer bezig met gepersonaliseerd leren, waarbij we kijken naar de specifieke behoefte van elk kind. Daarin hebben we echt slagen gemaakt met de leraren en interne begeleiders.” Leraren maken onder andere groepsplannen en daarnaast handelingsplannen voor zorgleerlingen – die de laatste jaren steeds meer in het reguliere onderwijs onderdak vinden. “Het is heel belangrijk om alles goed in beeld te hebben van elk kind. Maar dit betekent ook een andere manier van werken voor de docenten. Er komt meer administratie bij kijken en ze zijn tegenwoordig niet meer eilandjes zoals vroeger. Ze zijn nu nog meer onderdeel van een team met een gezamenlijke focus. ” Kracht “En door de bezuinigingen de laatste acht jaar − geld voor een klasse-assistent is er vaak niet − hebben we een efficiëntieslag moeten maken. Er is buiten het lesgeven om veel meer op ieders bordje gekomen. En dat zorgt ervoor dat je ook de professional in het vak meer moet ondersteunen om hem of haar in zijn kracht te zetten.” En dat is waar Van der Made de afgelopen jaren zich dan ook één dag per week mee bezighield in de rol van coach en supervisor voor leraren. “De nieuwe lichting van de pabo weet niet beter en pakt die veranderende rol van de docent vaak makkelijk op. Maar sommige docenten hebben wat ondersteuning nodig.” “In coaching-gesprekken en supervisie-trajecten probeer ik docenten zelfinzicht te geven, door aan hun terug te spiegelen waarom ze op een bepaalde manier hun werk uitoefenen. Uiteindelijk kom je uit bij de vraag: waarom doe ik dit vak? Als het goed is doe je dat omdat je een kind meer wilt leren en het beste uit hem of haar wilt halen. Niet omdat jij jaar in jaar uit hetzelfde trucje wilt doen.” Bloeien “Ik gun iedereen zo’n blik in zichzelf. Het is overigens niet alleen voor oudere docenten. Eén van de problemen waar het basisonderwijs mee te maken krijgt is dat je straks niet zoveel te kiezen hebt als het gaat om leraren. Het vak is ondergewaardeerd en kampt met een imagoprobleem, dus je moet allang blij zijn als je iemand kunt krijgen. Veel van hen zullen ook die extra ondersteuning nodig hebben.” “Ik vind het geweldig dat Marenland ook het belang van coaching en supervisie van leraren inziet en dat ze oren hadden naar mijn idee om het Kwaliteitsbureau, dat zich hiermee bezighoudt, aan te vullen met mij en mijn ideeën. Het is een team, dat ik ga aansturen. Wat ik eerst één dag per week deed, doe ik straks dus voltijd.” “Na acht jaar voelt het als het juiste moment voor iets nieuws. Het is een mooie stap in mijn ontwikkeling. Het grappige is: ik heb het er nu steeds over dat ik leraren zo graag in hun kracht wil zetten. Maar dat staat uiteraard allemaal in het teken van het kind. Dat we die laten bloeien!”   Tekst: Arjen J. Zijlstra