Nieuwbouw Boogplein had cultuurhistorisch onderzocht moeten worden. 'Gemeente gaat duidelijk respectloos om met de kwaliteiten, samenhang en zichtlijnen van het gebied'

De plannen van de gemeente Het Hogeland voor het Boogplein in Winsum hadden cultuurhistorisch onderzicht moeten worden. Dat vindt het stedenbouwkundig bureau SteenhuisMeurs.

Het bureau heeft op verzoek van bewonersinitiatief Winsum nu nog mooier! eind 2021 onderzoek gedaan naar de plannen in het centrum van het dorp. ‘Het bestemmingsplan is duidelijk niet gefundeerd op cultuurhistorische analyse’, is één van de conclusies.

De belangrijkst conclusie: ‘de gemeente gaat duidelijk respectloos om met de kwaliteiten, samenhang, ensembles, zichtlijnen en rooilijnen van het gebied.’

Het onafhankelijke rapport over het bestemmingsplan Boogplein Winsum is een helder advies over de cultuurhistorische waarden van het Boogplein en het omliggende gebied. De deskundigen met veel kennis en ervaring hebben eigenlijk datgene op papier gezet wat Winsum nu nog mooier! al steeds heeft genoemd. ‘Ook zaken waarvan we het gevoel hadden dat ze niet klopten, staan erin,’ constateert Jannie Wicherts van het bewonerinitiatief. ‘En hoewel wij ze soms wat lastig onder woorden konden brengen, is het SteenhuisMeurs gelukt er de juiste naam aan te geven en tegelijkertijd alles begrijpelijk te houden.’

Cultuurhistorische waarde niet onderzocht

Een belangrijk punt uit het rapport is: ‘De cultuurhistorische waarde van de plek is, hoewel wettelijk verplicht, niet onderzocht en niet meegewogen in de ruimtelijke afweging. In het kader van een zorgvuldige afweging van het cultuurhistorisch belang en een transparant planproces, had het voor de hand gelegen om de RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en Libau om advies te vragen. De cruciale, niet beantwoorde vraag is wat de locatie van de geplande bebouwing betekent voor het beschermde dorpsgezicht van Winsum en hoe deze zich verhoudt tot het ‘karakteristieke gezicht dat de twee wierden en het diep opleveren’. Zonder dat de cultuurhistorische waarde van de plek in al zijn facetten (landschappelijk, stedenbouwkundig, morfologisch, bouwkundig en cultuurhistorisch) scherp in beeld is gebracht en wordt geduid, is het onmogelijk aan te geven hoe deze waarde is afgewogen.’