Wat gaat er schuil in de bodem van het wad? Op stap met waddengids Harm Jan Wilbrink

Rust en stilte overheersen wanneer het eb is op het wad bij Paesens-Moddergat. Tegelijk is er volop leven in de brouwerij, zij het grotendeels onzichtbaar. Wormen en schelpdieren gaan schuil in de bodem, soms wel tienduizenden in één vierkante meter.

Vanuit Moddergat vertrekt waddengids Harm Jan Wilbrink dagelijks met toeristen om een paar uur te gaan wadlopen. Normaal gesproken doet hij dat maximaal eens per dag. ,,Maar tegenwoordig ga ik vaak twee keer per dag met een groep het wad op. Omdat veel Nederlanders niet naar het buitenland gaan deze zomer is het druk genoeg.”

Gravende garnalen

Harm Jan komt van oorsprong niet uit Friesland, maar viel voor de uitgestrektheid en de puurheid van het Waddengebied. Hij heeft zich het wadlopen eigen gemaakt en leerde met nieuwsgierigheid over al wat er leeft. Hij verwondert zich over hoe de natuur werkt en zich aan weet te passen aan de omstandigheden die twee keer per dag veranderen door eb en vloed. En hij deelt zijn kennis graag tijdens de wandelingen over het slik.

Op een zonnige middag gaat hij weer met een groep op pad. Eenmaal tot aan de enkels in het slik klinkt een zacht geluid. Alsof er heel kleine luchtbellen knappen. Het geluid komt van slijkgarnalen die tunnels maken in de bodem. Harm Jan wijst op de kleine beestjes die voor de voeten van de deelnemers wegschieten in het ondiepe water. Ook garnalen. Harm Jan: ,,Kleine garnalen zie je hier heel veel. Net als kleine krabbetjes.’’

Hoopjes ‘spaghetti’

Een lange sliert modder komt plots de bodem uit. De ontlasting van een wadpier, weet Harm Jan. Overal liggen van die ‘spaghettihoopjes’, vlakbij vingerdikke gaten in de bodem. ,,Wadpieren eten het zand van de wadplaat. Zo ontstaan die gaten. Uit het zand de pier het organisch materiaal, dat is zijn voeding. Daarna perst hij het ‘schone’ zand uit aan de andere kant van de tunnel waarin hij woont.’’

(Tekst leest door onder de foto)

Her en der liggen kleine krabben dood op hun rug. Bij leven hebben ze gejaagd op bijvoorbeeld garnalen. ,,Het zijn rovers en opruimers.’’ Bij eb worden ze zelf een prooi. Watervogels lusten ze graag. Dat het nuttigen van een krabbetje met enige ruwheid gepaard gaat, blijkt uit grijpscharen en poten die verspreid over het wad liggen.

Wilbrink steekt zijn hand in het slik en graaft. Enkele jaren geleden kostte het hem de minste moeite om op deze manier kokkels te vinden: ,,Ze lagen rug aan rug”. Maar nu kost het hem iets meer tijd. ,,Het komt waarschijnlijk door de extreem warme zomers van 2019 en 2018 dat er nu zo weinig kokkels zijn. Er ontstond toen massale kokkelsterfte.’’

Schelpdieren zoals de kokkel filteren het zeewater: ze halen voedzame organismen eruit. Hun afval is schoon water.

Zuurstofproducerend wier

Een bijzondere bodembewoner is weliswaar geen beest, maar wel belangrijk voor de mensheid volgens Harm Jan. Hij wijst op de bruine vlekken op het grijze slik. Kiezelwieren. ,,Alle kiezelwieren in de wereld zorgen voor een groot deel van onze zuurstof.”

Terwijl het vloed wordt en het water met een trage doch constante snelheid richting de wal kruipt, de wadloopgroep subtiel voor zich uit jagend, spot één van de deelnemers een heel kleine zeester op een schelp. Hoewel er veel mossel- en kokkelbanken op de waddenbodem te vinden zijn, voedselbronnen voor de zeester, is het toch een geluk om er eentje te vinden.

(Tekst leest door onder de foto)

Vast niet de eerste zeester die Harm Jan heeft gezien in al die jaren dat hij werkt als waddengids, maar het blijft hem boeien. Net zoals de overige bodemdieren die hij al zo vaak heeft gezien zijn aandacht blijven trekken. ,,Kijk, daar schieten ze weer voor je voeten weg, de garnalen! Mooi hè?”