Expeditie Waddenzee etappe 4: Carlien Bootsma en een wandeltocht over die eindeloze Afsluitdijk

De zeespiegel stijgt, en misschien wel sneller dan gedacht. Wat heeft dat voor gevolgen voor het Waddengebied en hoe kijken bewoners daar tegenaan? Dat hoop ik te achterhalen tijdens mijn loop van driehonderd kilometer rond de Waddenzee. Vandaag etappe 4: van Zwarte Haan naar Texel.

We kennen elkaar niet, maar als ik aanklop bij zijn kleine huisje aan de dijk bij Oosterbierum heeft hij het eten klaar. Wim de Vries woont hier nog niet zo lang, maar voelt zich helemaal op zijn plek zo bij zee.

Na het eten vertrekt hij naar een klus. Mij achterlatend in zijn huisje, in volledig vertrouwen. En wat is dat fijn. Niet in mijn tentje op mijn piepende luchtmatje, maar in een enorm bed. En eindelijk een douche om die doordringende zweetlucht kwijt te raken.

Ik knap ervan op, merk ik. Niet alleen van alle luxe, maar ook van het gebaar. Ik heb het zo getroffen onderweg, word tot nu toe steeds in de watten gelegd. De volgende dag ga ik bijna huppelend de dijk over.

De eerste anderhalve week vond ik deze hele expeditie best pittig: interviewen, filmen, warm blijven, lopen, afspraken maken, fotograferen en nooit precies weten waar ik mijn hoofd te rusten zou leggen. Inmiddels heb ik mijn draai gevonden; ik ontmoet fantastische mensen, heb het mooiste kantoor op aarde en leer daarnaast ook nog eens heel veel.

Dit had ik voor ogen voor de loop.

Een uitgesproken figuur

Ik denk aan de boer die ik gisteren trof, Pieter Bouma. Wat een uitgesproken figuur was dat. Recht voor z’n raap. De man strooit met woorden en met wijsheden. Een daarvan: als je niet kunt delen kun je ook niet vermenigvuldigen. Hij drukte me op het hart nooit mensen te vertrouwen die alleen maar komen halen. „Eerlijk oversteken.”

***

Een dag eerder. Hij komt op zijn trekker achter me aan bij Noorderleeg, het kweldergebied bij Hallum in Noord-Oost Friesland. Hij wil graag weten wat ik aan het doen ben langs de dijk, met die tas op zijn rug.

„Je had beter een karretje mee kunnen nemen”, zegt hij lachend.

Ik vertelde hem dat ik rond de Waddenzee loop, op zoek naar verhalen van bewoners, naar hun ervaringen. Dat ik probeer uit te vinden hoe zeespiegelstijging leeft onder bewoners op de grens van land en zee.

Hij vindt het maar overdreven, die zeespiegelstijging en klimaatverandering. „Daar vindt iemand op kantoor dan weer iets over uit. Net als al die paniek om stikstof.”

Boer Pieter heeft een stel harde, wijze ogen in de kop. Hij zegt: „Er is altijd wel wat: zure regen, dan weer nat, dan droog. Twee droge zomers is nou ook weer niet uniek.”

Een toekomst voor zijn kinderen en kleinkinderen vindt hij ook belangrijk, ‘maar we moeten wel ons verstand blijven gebruiken’. „En dat logisch nadenken, daar ontbreekt het nogal eens aan.”

Hij vertelt dat hij altijd streed tegen – in zijn ogen – onzinnige regels. Tot twee jaar geleden. Zijn vrouw gaf hem twee opties: eraan onderdoor gaan of zich erbij neerleggen.

Het is het laatste geworden, al mengt hij zich inmiddels wel weer in de boerenprotesten.

Als hij dat vertelt vonkt er iets in zijn ogen.

Hij in pak, ik in mijn wandelkloffie

Ik heb een afspraak bij Frisia Zout in Harlingen. Ik schud Bart Hendriks, technisch directeur, de hand. Het is nogal een contrast: hij netjes in pak, ik in mijn wandelkloffie.

Frisia boort naar zout onder de Waddenzee, zo’n 3 kilometer uit de kust van Harlingen. Het plan is om vanaf 2020 ook zout te gaan winnen. Hendriks vertelt dat het de bedoeling is om alle zoutwinning van het bedrijf naar de Waddenzee over te hevelen. Uit onderzoek blijkt volgens de technisch directeur dat er geen negatieve effecten zijn voor de Waddenzee. „Daarnaast monitoren en meten we alles.”

Bewoners van Harlingen richtten Stichting Bescherming Historisch Harlingen op en onderhandelden met Frisia over een systeem dat trillingen en bodemdaling moet vastleggen. Het ministerie van Economische Zaken roemt de goede samenwerking bij delfstofwinning.

Ik vraag of Hendriks de angst van bewoners begrijpt.

„Ik begrijp het”, zegt hij rustig.

Is hun angst terecht?

Een duidelijk nee volgt.

De NAM en het aanzien van de mijnbouw

Hij legt uit dat de prognose is dat er wel wat bodemdaling gaat plaatsvinden onder Harlingen, maar dat er geen risico is op schade.

Er wordt tegenwoordig met argusogen naar mijnbouw wordt gekeken, zegt hij. Niet verwonderlijk.

„De NAM heeft het aanzien van mijnbouw flink geschaad in Nederland”, zegt Hendriks. „En dat is – ook voor ons – eeuwig zonde. In heel Europa schakelt men juist over naar gas vanuit duurzaamheidsredenen. Wij gaan er in Nederland juist van af.”

Zoutwinning en trekvogels

De Waddenvereniging, Natuurmonumenten en de Vogelbescherming Nederland verzetten zich al jaren tegen zoutwinning onder de Waddenzee.

De wadplaat waaronder Frisia zou gaat winnen, is volgens hen erg belangrijk voor trekvogels.

De Waddenvereniging trok eind januari aan de bel: de club pleit ervoor zoutwinning onder zee niet toe te staan zolang Frisia de gevolgen voor de natuur niet op een betrouwbare manier kan monitoren.

Volgens Hendriks wordt er hard gewerkt om dat in orde te krijgen. De Waddenvereniging laat desgevraagd weten de boel scherp in de gaten te houden.

Kwajongens en kameraden in Zurich

Ik kom rond een uur of 6 langs Zurich, het dorpje met zo’n 140 inwoners vlak voor de Afsluitdijk.

Een handjevol van die inwoners tref ik op barkrukken in het dorpshuis. Het waren vroeger al kwajongens, kameraden, en dat stralen ze ook op (ietwat) rijpere leeftijd nog uit.

Ze vertellen over vervlogen tijden: toen ze nog op de dijk naar alikruikjes (kleine zeeslakjes) tussen de basaltstenen zochten. Toen ze aangespoelde dobbers en lood weer doorverkochten aan vissers.

Sies van den Berg (77) herinnert zich de storm van ‘53 nog. Hij was toen een jaar of 11. „Het water kwam door de muisgaten door de dijk”, zegt hij.

Maar de storm van ‘54 was nog erger volgens de mannen: de zeedijk werd door de druk van de zee toen 30 centimeter landinwaarts geschoven, is er aan de toog te beluisteren. „De dijk was in onze jeugd 3 meter lager”, zegt Van den Berg.

Als het stormde stond hij op de dijk over zee uit te kijken. Prachtig vond hij dat. En als het te gortig werd, moesten alle mannen en jongens uit het kustplaatsje wachtlopen.

De dijk was volgens een van de mannen aan de bar vooral handig om voorzichtig en onopvallend een ‘vrouwtje’ achter neer te leggen. Er is door de jaren heen veel veranderd, in die tijd kende iedereen elkaar nog.

‘Toen was het dorp nog een dorp’, verzuchten ze.

Over de Afluitdijk: eindeloos en iconisch

Het is inmiddels 9 uur ‘s avonds en het is de hoogste tijd om aan die eindeloze Afsluitdijk te beginnen. Voor morgenochtend heb ik een afspraak met Rijkswaterstaat. In Den Oever, 32 kilometer verderop.

Je zou kunnen zeggen dat het een gebrek aan planning is geweest, ik zie het liever als een overvloed aan interessante gesprekspartners onderweg. Ik blijf nog wel eens wat te lang hangen.

Gelukkig is mijn goede vriend Nieky Post mee als mentale steun. Hij zorgt dat ik doorloop, ondanks de vermoeidheid en pijn aan mijn gestel. Om half 1 ‘s nachts leggen we ons hoofd halverwege de iconische dijk te rusten. En dat is een droom die uitkomt.

***

De volgende ochtend zijn we weer voor het ochtendgloren op de been. Door naar Den Oever. Naar Rijkswaterstaat aan de Noord-Hollandse kant. We kunnen niet het hele stuk lopen omdat het laatste stuk is afgesloten voor de werkzaamheden. De laatste paar kilometer nemen we de pendelbus.

De dijk is inmiddels door de tijd ingehaald: door klimaatverandering stijgt het water aan de kant van de Waddenzee.

Daarnaast stroomt er steeds meer water naar ons toe vanuit de rivieren naar het IJsselmeer. Daar is de dijk niet op berekend, waardoor deze verstevigd en verhoogd moet worden en de afvoercapaciteit van het water moet worden vergroot.

De bouw van de Afsluitdijk

Mieke Peeters van Rijkswaterstaat vertelt dat er bij de bouw van de dijk – zo’n negentig jaar geleden – nog weinig oog was voor duurzaamheid of ecologie.

Nederland moest veilig en wel zo snel mogelijk.

Maar nu, bijna 100 jaar later, is dat wel anders. Het aantal projecten waaraan gewerkt wordt is indrukwekkend: de dijk wordt versterkt en met circa 2 meter verhoogd, de waterafvoer wordt vergroot door de bouw van nieuwe spuisluizen en pompen, de schutsluizen worden flink onder handen genomen, er worden keersluizen gebouwd, er komt een vismigratierivier, er wordt nu en in de toekomst op allerlei manieren energie opgewekt: met wind, water, zon.

De lijst is eindeloos.

„Het werk is nooit af”, zegt Peeters. „Door de klimaatverandering verwachten we meer water. Daarom bouwen we extra spuisluizen. Aan de Waddenkant kan er wel een meter verschil zijn door opstuwing. Als het zeewaterpeil te hoog staat, is spuien niet mogelijk. Daarom bouwen we pompen, zodat we overtollig water altijd kunnen afvoeren naar de zee.”

De Nieuwe Afsluitdijk maakt de waterkering klaar voor de toekomst.

Tjalling Dijkstra is verantwoordelijk voor de uitvoering van de vismigratierivier. „Het is innovatie van wereldformaat”, zegt hij. „We zijn als Nederland wereldkampioen fröbelen met water. Watermanagement zit ons in de genen.”

Dijkstra: „We hebben veel gewonnen met de komst van de Afsluitdijk.” Veiligheid. Maar ook bijvangst in de vorm van zoet water: „Cornelis Lely had met het ontwerpen van de Afsluitdijk ook niet het idee dat dit ons een gigantisch zoetwaterreservoir zou opleveren.”

Een ramp voor vissen

Maar de dijk is vanuit ecologisch oogpunt een ramp, voor vissen bijvoorbeeld.

Om op te groeien en zich voort te planten hebben trekvissen zoet en zout water nodig. De Afsluitdijk maakt het ze vrijwel onmogelijk om heen en weer te trekken tussen de Waddenzee en het IJsselmeer.

Talloze vissen wachten in de Waddenzee voor de spuisluizen, ze ruiken het zoete water, maar kunnen er niet komen. Dat is een van de redenen dat dat de trekvissenstand zorgwekkend laag is.

„Met de vismigratierivier zijn we weer dichter in de buurt van een natuurlijk systeem”, zegt Dijkstra. „Maar om het IJsselmeer veerkrachtig te maken moet veel meer gebeuren.”

De voorbereidingen van de vismigratierivier zijn in volle gang, de bouw start waarschijnlijk eind dit jaar. In 2023 zwemmen de eerste vissen door de Afsluitdijk.

Sterke zwemmers als elft, zeeprik, bot, zeeforel en zalm zwemmen straks zelfstandig naar de andere kant van de dijk. Zwakkere zwemmers als glasaal, spiering, driedoornige stekelbaars en jonge vissen kunnen zich door de stromingen laten meevoeren. Het water van de ‘rivier’ volgt de getijden van de Waddenzee en heeft verschillende stroomsnelheden. Omdat in de vismigratierivier zout en zoet water samenkomen, kunnen de vissen tijdens hun tocht geleidelijk wennen aan de overgang.

<p><img data-role="embed" src="/components/TextEditor/plugins/embed/placeholder.png" /></p>

Stinkend aan de bar in Hippolytushoef

Nieky en ik lopen na het interview en een bezoek aan de bouwplaats verder langs de dijk. We belanden aan het eind van de dag in een café in het Noord-Hollandse Hippolytushoef. Een groot deel van de inwoners is uitgetrokken voor de spelletjesavond.

Wij hangen stinkend en uitgeblust aan de bar.

Ik overhoor een gesprek tussen de uitbater en een dorpsbewoner. Ze vraagt zich af wie we zijn en wat we doen.

„Ze lopen langs de Waddenkust”, legt de kroegbaas uit.

Een stilte volgt.

De vrouw zegt: „Ja maar dat kun je toch veel beter met een auto doen.”

We zetten een paar uren later onze tentjes op in het schijnsel van de maan. In het felle licht kunnen we oneindig over het wad kijken.

Na een korte nacht volgt voor mij de laatste trippel naar Texel. Tijd om de vaste wal achter me te laten.

***

Bijzonder PLUS-project

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl). Dit PLUS-verhaal krijg je daarom van ons cadeau.