Tussentijds rapport: De bemanning van de MSC Zoe kreeg boven Ameland in de gaten dat het foute soep was

De bemanning van de MSC Zoe ontdekte op 1 januari boven Ameland voor het eerst dat er containers van boord vielen. Dat staat in het tussentijdse rapport van de Bundesstelle für Seeunfalluntersuchung (BSU), de Duitse evenknie van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Tot dusver was steeds onduidelijk wanneer het containerverlies werd opgemerkt. De partij containers die als eerste van boord ging, kwam grotendeels boven Terschelling en Vlieland terecht.

Uit het rapport van de BSU blijkt niet dat de problemen op het Nederlandse territoir gemeld zijn aan de Nederlandse Kustwacht. Volgens de onderzoekers was het ongeveer elf uur ’s avonds, toen de ravage doordrong tot de stuurhut. Het was zwaar weer. Een noordnoordwesten wind kracht 8 tot 10 en golven van 5,5 meter deden het schip 10 tot 15 graden rollen naar beide zijden.

De bemanning, die uit 22 koppen bestond, beoordeelde de schade en na het middernachtelijk uur werd de reis richting Bremerhaven voortgezet.

Contact nam de scheepsleiding rond half twee ’s nachts wél op met de Duitse Verkeerscentrale German Bight Traffic (VTS). Dat gebeurde toen het schip boven het Duitse Waddeneiland Borkum opnieuw begon te rollen en wederom containers verloor. Deze keer draaide de stuurman het schip met de kop in de wind. Om twee uur ’s nachts werd de reis hervat, dit keer zonder problemen.

Een achtste deel van de  containers raakte beschadigd

Als ander nieuw feit meldt het rapport dat van de 8062 containers ongeveer een achtste deel beschadigd raakte, 1047 in totaal; 324 vielen overboord, waarvan 45 in Duitse wateren.

Geen bijzonderheden worden gemeld over de Voice Data Recorder, de zwarte doos van het schip. Volgens het tv-programma Zembla was die beschadigd. Desgevraagd liet BSU-chef Ulf Kaspera eerder al aan de LC weten dat de onderzoekers alle gewenste info uit de bewust datarecorder hebben gekregen.

In het rapport onderstreept Kaspera dat er uitputtend onderzoeksmateriaal is veiliggesteld, onder meer interviews met de bemanning, logboeken, het sjorprogramma, het stouwplan, stabiliteitsgegevens en foto’s van schade. De scheepsleiding werkte goed mee.

De tussentijds rapportage is uitgebracht omdat het eindrapport langer dan een jaar na het ongeval zal verschijnen. In dat geval schrijft een Europese richtlijn voor dat de onderzoekers toch een klein aantal vorderingen moeten melden.

Aannemelijk dat schip de grond heeft geraakt

Over het eventueel raken van de zeebodem meldt het tussentijdse rapport niets. Het schip stak volgens de onderzoekers 12,4 meter diep. Volgens Zembla is aannemelijk dat het schip de grond heeft geraakt, er van uitgaand dat het tot 30 graden slagzij maakte. De BSU meldt 10 tot 15 graden slagzij.

Rederij MSC spreekt tegen dat de Zoe de bodem heeft geraakt. En ook pastoor Andres Latz, die na het ongeluk uitvoering met de hevig geschrokken bemanning sprak, verklaarde recent tegenover de LC dat geen van de mannen over een bodembotsing had gesproken. ,,Ik werd er pas mee geconfronteerd toen de journalisten van Zembla er over begonnen.’’

De effecten van varen in relatief ondiep water is één van de thema’s die de BSU nader wil uitdiepen. Het eindrapport volgt waarschijnlijk volgend voorjaar.