De bibliotheek blijft in beweging

TEN BOER

De bibliotheek als gebouw vol boeken waar je muisstil moet zijn, bestaat al jaren niet meer. Ook in de bibliotheek van Ten Boer is veel veranderd. “Een van onze taken is mensen in staat stellen om deel te nemen aan de samenleving, dat doen we onder andere met ons Taalhuis.”

“De klassieke bibliotheekfunctie, dus onder meer het uitlenen van boeken, dvd’s en e-books, is tegenwoordig slechts een van vijf pijlers die we hebben”, zegt Annemiek Kwant. Ze is medewerker sociaal domein bij de bibliotheek van Ten Boer en Haren. “De andere pijlers zijn: ‘Taal als basis’, ‘Leven lang leren’, Meedoen in de samenleving’ en ‘Werken aan geletterdheid.’”

Het is een ontwikkeling die al een paar jaar gaande is maar die in Ten Boer vorig jaar extra kracht werd bijgezet door een verandering in hoe het personeel wordt ingezet. Jarenlang werkte Kwant als locatiemanager in Ten Boer zij aan zij met vrijwilligers. Nu wordt het baliewerk vooral gedaan door vrijwilligers, zodat Kwant en twee collega’s zich nog meer kunnen richten op het bredere takenpakket van de bibliotheek.

Activiteiten

“Eén collega focust zich op de pijler ‘Taal als basis’. Concreet komt het erop neer dat ze activiteiten organiseert om in Ten Boer kinderen aan het lezen te krijgen en ook geletterd te houden. Dan gaat het om activiteiten binnen het onderwijs en in de bibliotheek om de collectie toegankelijker en het lezen aantrekkelijker te maken.”

Kwant richt zich als medewerker sociaal domein meer op de pijlers ‘Meedoen in de samenleving’ en ‘Werken aan geletterdheid’. Uiteraard zijn er ook overlappingen tussen de verschillende pijlers. Een voorbeeld van een activiteit die binnen dit domein wordt georganiseerd is een Huiskamercafé op vrijdagochtend, waar iedereen kan aanschuiven voor koffie, thee een praatje of de behandeling van een thema.”

In het verlengde ligt het Praathuis op woensdagochtend dat vrouwen van allerlei culturen met elkaar in contact brengt. Onder het genot van een kop koffie of thee leren ze elkaar kennen, is er een uitwisseling van culturen en wordt er zo spelenderwijs de Nederlandse taal geleerd.

Taalhuis

De opdrachtgever is de gemeente, die uiteraard waarde hecht aan dergelijke initiatieven. Niet in de laatste plaats als het gaat om het Taalhuis: het project waarbij laaggeletterden naar gelang de specifieke hulpvraag leren lezen, schrijven, rekenen of zich basis-computervaardigheden eigen maken. “Een van onze taken is mensen in staat stellen om deel te nemen aan de samenleving, dat doen we onder andere met ons Taalhuis.”

“Een op negen volwassenen in Nederland is laaggeletterd. Het gaat dan over mensen die enigszins kunnen lezen en schrijven maar ze beheersen niet het eindniveau vmbo of niveau mbo-2/3. Vaak zijn ze blijven steken of teruggevallen naar lagere school-leesniveau. Het betreft ook mensen met een migratie-achtergrond. Er zijn allerlei soorten problemen waar deze mensen in verzeild kunnen raken. Brieven van de overheid zijn vaak te ingewikkeld en ze kunnen hun administratie niet bijhouden. Of iemand krijgt gezondheidsproblemen omdat de bijsluiters niet goed worden begrepen.”

Op woensdagmiddag van 14.00 tot 15.00 uur is er een taalcoördinator die in de bibliotheek een spreekuur houdt. “Dan kan iedereen met vragen omtrent het Taalhuis bij haar terecht. Zowel mensen die hulp zoeken bij taal, rekenen of computervaardigheden als mensen die vrijwilliger willen worden bij het Taalhuis.”

Op maat

“Die hulp wordt heel erg op maat geboden. Het is niet zo dat we gewoon een standaard les afdraaien bij iedereen die binnenkomt. De een wil graag beter leren rekenen de ander wil graag via facebook wat meer contact met zijn omgeving. Weer een ander wil ondertiteling op tv beter kunnen lezen. Daar wordt dan heel specifiek een taalvrijwilliger bij gezocht. Eén die ook een beetje bij die persoon past. De hulp wordt dan net zolang geboden tot de deelnemer het gevoel heeft dat hij of zij er iets mee is opgeschoten of er wordt naar alternatieven gezocht”

“Uiteraard zijn we heel blij met onze taalvrijwilligers. We hebben er nu twaalf. Als we meer deelnemers krijgen zullen we ook meer vrijwilligers nodig hebben. Elke vrijwilliger volgt eerst een training van vier dagdelen tot taalvrijwilliger via het Noorderpoort-college.”

Vooral voor autochtone Nederlanders is het vaak moeilijk om toe te geven dat ze niet kunnen lezen en schrijven. “Vaak hebben ze inderdaad allemaal trucjes ontwikkeld in hun leven om te maskeren dat ze laaggeletterd zijn. Tot het echt niet meer gaat.” Het is voor de bibliotheek dus nog wel een uitdaging om die doelgroep te bereiken. “Daarvoor hebben we toeleiders heel hard nodig. Dat zijn professionals zoals huisartsen, sociaal werkers en onderwijzers die mogelijk weten bij wie deze problemen spelen. In de week van de alfabetisering in september willen we daarom ook dat soort toeleiders hier uitnodigen om te laten zien dat we hier een Taalhuis hebben. En dan willen we ook aangeven hoe je op een goede manier ter sprake kunt brengen dat er hulp te vinden is in de bibliotheek.”

“Meestal is een training in het Taalhuis eens in de week en dan een op een. Heel soms worden er wel groepen geformeerd, bijvoorbeeld een soort conversatiegroep met meerdere cursisten. En heel belangrijk: het kost de deelnemer niks. Er moeten zo weinig mogelijk drempels zijn richting de bibliotheek.”