Drenten boeren tevreden in Onderdendam

ONDERDENDAM

Tien jaar geleden streken Harm en Marjan van der Giezen even ten zuiden van Onderdendam neer. Om daar een melkveebedrijf te beginnen.

Ze boerden eerder in Witten, onder de rook van Assen. Hun bedrijf daar werd opgekocht door de gemeente in het kader van natuurontwikkeling. Na wat omzwervingen belandden ze op de Groninger klei. Een keuze waar ze bepaald geen spijt van hebben.

“Ons bedrijf is afhankelijk van gras. Dat verbruiken we in grote hoeveelheden. De zware klei hier is daarvoor een prima voedingsbodem,” zegt Marjan van der Giezen. Die overigens vol lof is over haar woonplek: “We hebben hier alle voorzieningen bij de hand.” Haar man vult aan: “Toen we uit Assen vertrokken, hebben we ons ook in Westerwolde georiënteerd. Daar zouden we veel tijd kwijt zijn aan het vervoer van onze jongens naar school en sportclubs. Dat hebben we maar niet gedaan.”

Het bedrijf telt ongeveer 120 koeien. Goed voor een productie van ruim 3.000 liter melk per dag. De koeien, die het jaar rond op stal staan, worden gemolken door twee zogenaamde melkrobots, ingenieuze machines die de beesten volledig machinaal melken. De boer is tevreden over dit 24-uurssysteem “Ik moet vaker uit bed voor de geboorte van een kalf dan voor een storing aan die machines,” zegt Harm van der Giezen.

De zuivelmarkt is stevig in beweging. Naast het opheffen van het melkquotum in 2015, de boycot van westerse producten door Rusland en ontwikkelingen op de Chinese markt spelen er zaken op het gebied van het milieu: de Nederlandse veehouderij stoot te veel fosfaat en stikstof uit. Daarom zal er in de veestapel moeten worden gesneden. De overheid gokt op zelfregulering. “Maar dat schiet niet op,” stelt Marjan van der Giezen. “Hoogste tijd dat Den Haag ingrijpt.”

De twee Drentse Onderdendammers begonnen hun bedrijf met het idee dat het zonder extra personeel te runnen zou zijn. ‘Klussen’ worden uitbesteed aan een loonbedrijf. Marjan van der Giezen werkt drie dagen in de week als docent aan de Middelbare Landbouwschool in Groningen. Haar echtgenoot Harm is wekelijks zo’n 70 uur in het bedrijf in de weer. “Hij is een echte koeienman”, zegt Marjan. “En je moet doen waar je goed in bent: ik kan beter overweg met de tractor.”

Bestuursleden van de Bedumer bedrijvenvereniging en leden van het college van B&W brachten er op dinsdag een bezoek. Dat gebeurde in het kader van de bedrijfsbezoeken die drie of vier keer per jaar worden gehouden. De bezoeken worden georganiseerd door de BvgB.


Auteur

Redacteur